De Avonden op shortlist van de tien beste Nederlandstalige boeken

Deavonden01_1  Gerard Reve, de Avonden in de shortlist van de tien beste Nederlandstalige boeken

De eerste verkiezingsronde heeft een ‘shortlist’ opgeleverd van de tien boeken die tijdens de eerste ronde de meeste stemmen hebben gekregen. De Avonden van Gerard Reve is één van de boeken, die gekozen zijn.De tien beste boeken in alfabetische volgorde:

• Kader Abdolah: Het huis van de moskee (2006)
• Bernlef: Hersenschimmen (1984)
• Willem Frederik Hermans: De donkere kamer van Damokles (1958)
• Willem Frederik Hermans: Nooit meer slapen (1966)
• Harry Mulisch: De ontdekking van de hemel (1992)
• Multatuli: Max Havelaar (1860)
• Nescio: De uitvreter; Titaantjes; Dichtertje (1911-1918)

• Gerard Reve: De avonden (1947)
• Thomas Rosenboom: Publieke werken (1999)
• J.J. Voskuil: Het bureau (1996-2000)

Er kan nog gestemd worden (tot 2 maart) en weer tellen gemotiveerde stemmen dubbel.

Het Beste Boek Shortlist

24 February 2007
By on 10:48
“Uit de diepten heb ik geroepen”

Het gebed van Frits van Egters voor zijn ouders nog eens herlezen: aangrijpend & hartverscheurend. Ik plaats het in zijn geheel:

" ‘Uit de diepten heb ik geroepen,’ zei hij bij zichzelf, ‘maar mijn stem is niet gehoord. Bessen-appel. Nu ga ik op weg naar huis. Eeuwige, enige, onze God, ik ga naar mijn ouders.’ Zijn ogen werden vochtig.
‘Eeuwige, enige, almachtige, onze God,’ zei hij zacht, ‘vestig uw blik op mijn ouders. Zie hen in hun nood. Wend uw blik niet af.’ ‘Luister,’ zei hij, ‘mijn vader is doof als de pest. Hij hoort weinig, het is niet de moeite van het noemen waard. Schiet voor de grap een kanon bij zijn oor af. dan vraagt hij, of er gebeld wordt. hij slurpt bij het eten. Hij schept suiker met de dessertlepel. Hij neemt het vlees in zijn vingers. Hij laat winden, zonder dat iemand er een nodig heeft. Hij weet niet, waar de gulden in moet. Als hij een ei pelt, weet hij niet, waar de schaal heen moet. Hij vraagt in het Engels, of er nog nieuws is. Hij mengt het eten op zijn bord door elkaar. Eeuwige
God, ik weet, dat het niet ongezien is gebleven.’
Er passeerde hem een groep van zes meisjes, die naast elkaar gearmd, nu eens hard holden, dan weer hun vaart inhielden. ‘Hij morst bij het uitkloppen van zijn pijp,’  fluisterde hij, toen ze voorbij waren. ‘Hij maakt postzegels weg. Niet expres, maar hij maakt ze weg. Je bent ze kwijt, en daar gaat het toch maar om. Hij veegt zijn vingers af aan zijn kleren. Hij zet de radio af. Als ik sol zeg met de vork, denkt hij, dat ik gek ben. En hij prikt in de schalen. Dat is onrein. En vaak heeft hij geen das aan. maar groot is zijn goedheid.’ Hij bleef staan en tuur over het water. ‘Zie mijn moeder,’ zegt hij zacht. ‘ze zegt, dat ik gezellig thuis moet blijven. Dat ik de witte slipover aan moet doen. Ze bakt oliebollen met verkeerde stukjes appel. Dat zal ik u bij gelegenheid wel eens uitleggen. Zij maakt de kachel aan met een heleboel rook. En ze heeft de zoldersleutels laten verbranden. Almachtige, eeuwige, ze dacht dat ze wijn kocht, maar het was vruchtensap. De lieve, de goede. Bessen-appel. Ze gaat met haar kop heen en weer. Ze is mijn moeder. Zie haar onmetelijke goedheid.’  Hij veegde met zijn mouw een traan uit zijn rechterooghoek en liep verder.
‘Duizend jaren zijn voor u als de dag van gisteren,’ ging hij voort, ‘en als een wake in de nacht. Zie de dagen van mijn ouders. De ouderdom nadert, ziekten nemen bezit van hen, en er is geen hoop. De dood nadert, en het graf gaapt. Een graf is het eigenlijk niet, want ze komen in een urn: daar betalen we elke week voor.’ Hij schudde het hoofd.
‘Zie hen,’  fluisterde hij. ‘Er is voor hen geen hoop. Ze leven in eenzaamheid. waar ze om zich heen tasten, is leegte. Hun lichamen zijn een prooi van het verval. Haar heeft hij nog wel op zijn kop, een flinke bos. Nee, kaal is hij niet. Maar dat komt nog wel.’ 
Hij had de huisdeur bereikt. ‘Vrede,’ dacht hij, ‘het is voorbij. Het is vrede. Een verheven blijmoedigheid stijgt op.’ Met voorovergebogen hoofd ging hij naar binnen, klom zacht de trap op en liep langzaam door de gang. in de huiskamer stond zijn vader in ondergoed bij de kachel. ‘Goedenavond,’  zei Frits. ‘Zo, mijn jongen,’  antwoordde de man. ‘Hoe kan iemand zo’n uitpuilende buik krijgen?’  dacht Frits. ‘Een zwangere huisknecht.’  ‘Almachtige God,’ zei hij bij zichzelf, ‘zie dit. Hoe heet zulk ondergoed met hemd en onderbroek uit één stuk? Hansop, geloof ik.’  Hij bekeek de kleding nauwlettend. Aan de achterkant, onder aan de rug, was een lange, vertikale spleet, die open stond. ‘Ik kan zijn reet zien,’ dacht hij. ‘ De klep om te kakken staat open.’ ‘Almachtige God,’  zei hij bij zichzelf, ‘zie toe: zijn reet is te zien. Zie deze man. Het is mijn vader. behoed hem. Bescherm hem. Leid hem in vrede. Hij is uw kind.’ "

Gerard Kornelis van het Reve, De Avonden, Een Winterverhaal, Amsterdam 1971 eenentwintigste druk p. 194, 195

30 December 2006
By on 19:19
De verschillende versies van het slot van De Avonden

Ik kocht laatst Gerard Reve, De Avonden, een winterverhaal, Facsimile-uitgave van het manuscript en typoscript, Amsterdam 2001.

Ik was zeer geïnteresseerd in de totstandkoming van het meesterlijke slot van De Avonden. De zin: Het is gezien", mompelde hij, "het is niet onopgemerkt gebleven." er pas in de vierde en laatste versie bijgekomen.

De verschillende versies:

I

Deavondenversie1

" "Ik leef", mompelde hij, "ik adem, ik beweeg, dus ik leef. Het is heerlijk om te leven. Hij ontblootte ook het onderlichaam. Hij betastte zijn schouders, hals, buik dijen, het manlijk lid, de bovenbenen en de kuiten. "Het is voorbij", zei hij hardop. hij trok zijn ondergoed aan, stapte in bed, strekte zich uit en viel in een diepe, droomloze slaap."

II

Avondenmanuscriptii_1

" “Het is voorbij”,  mompelde hij, “een verheven blijmoedigheid stijgt op. “ “Hoort, hoort”, zei hij bij zichzelf, ‘eeuwige, enige, onze God, zie mijn ouders. Voor hen is er geen hoop. Ze leven in eenzaamheid. Waar ze om zich heen tasten, is leegte. Zie hen, ze zijn uw kinderen. Ziekte nadert hen. Als ze spreken worden ze niet gehoord. Hun lichamen zijn een prooi voor het verval. Mijn vader heeft nog flink wat haar, maar dat raakt ook een keer op. Zie hen, richt uw oog op hun nood.”  “ Het is wat op de wereld”, fluisterde hij. “De ouderdom vordert”, mompelde hij, “ en het graf gaapt. En nergens is uitkomst. Eeuwige, enige, almachtige, onze God, leidt hen. Laat ze (hen?) nog naar het graf gaan in vrede. Nee, ze worden verbrand, maar dat maakt voor u niets uit.” "

III

Avondenslot

"Alles is voorbij", fluisterde hij, "het is voorbijgegaan. Het jaar is niet meer. Konijn, ik ben levend, ik adem, en ik beweeg, dus ik leef." Hij zoog de borst vol adem en stapte in bed. "Het is gezien", mompelde hij, strekte zich uit en viel in een diepe, droomloze slaap."

Het uiteindelijke typoscript:

Avondentyposcript

"Alles is voorbij", fluisterde hij, "het is overgegaan. Het jaar is niet meer. Konijn, ik ben levend. ik adem, en ik beweeg, dus ik leef. is dat duidelijk? welke beproevingen er ook komen, ik leef."
Hij zoog de borst vol adem en stapte in bed. "Het is gezien", mompelde hij, "het is niet onopgemerkt gebleven." Hij strekte zich uit en viel in een diepe slaap."

28 December 2006
By on 19:57
Gerard Reve over De Avonden

Onredelijke overschatting

"Er is over ‘De Avonden’ al heel wat onzin de wereld ingestuurd. Een menigte beslist overschattende critieken zijn verschenen en hoe gunstig dit voor een debuterend jong schrijver ook mag lijken, het heeft een vervelend effekt: de onredelijke overschatting lokt een reactie uit, die in haar krampachtigheid eveneens de redelijkheid verlaat….."

Een paar gedachten die representatief zijn voor de stemmning der tegenstanders

"Merk-jullie-wel -oeveel-ik-durf-stemming."

"De eerste zeer gangbare opvatting is, dat het boek in een ‘merk-jullie-wel-hoeveel-ik-durf’ stemming zou zijn geschreven. Dat is niet het geval. Er staat, dat verklaar ik met nadruk, nog niets in en er is ontzaglijk veel in verzwegen. Een dergelijke concessie vind ik smadelijk en lafhartig, maar ik achtte haar noodzakelijk om uitgave mogelijk te maken. Zulk een concessie ben ik niet van plan in de toekomst weer te doen."

Onvolledigheid bij de behandeling van de sexualiteit

"Ten tweede merkwaardig genoeg verwijt mij men anderzijds onvolledigheid bij de behandeling van sexualiteit. Welnu: zo het verhaal nu drukkend en giftig lijkt, het zou dan, bij volledigheid, voor de nu al ‘slapeloze’ lezer een obsessie worden, hij zou tegen de muur klimmen van ellende. Dta men iets in het boek mist, komt niet omdat ik met de lezer medelijden had, maar omdat ik zelf niet voldoende kracht en moed bezat de woorden neer te schrijven. ik hoop deze te verwerven."

Een schrijver moet uitzicht bieden

"De derde mening, meer een verwijt, luidt meestal: ‘Hij wijst geen uitzicht.’ het is nog altijd een wijd verbreide mening, dat een schrijver uitzicht moet bieden. ik zie dat niet in. Om uitkomst aan te wijzen, moet men allereerst uitkomst zien, maar bovendien, is dat speciaal mijn taak? Laat ze een spionnetje kopen, de zwetsers."

" ‘De Avonden’ schreef ik, omdat ik dacht en overtuigd was, dat ik het moest schrijven.."

"Wanneer ik hoor zeggen: ‘ik vind dat boek niet mooi en ik lees het niet graag’,  eenvoudigweg, is mijn hart verheugd. Dat is meer een bescheiden pose. Kwaad kan ik me echter maken als men het voorstelt of ik de wereld een onmogelijke zienswijze opdring, met een nieuwe richting experimenteer of ‘alles af wil breken’. ‘De Avonden’ schreef ik, omdat ik dacht en overtuigd was, dat ik het moest schrijven; dat lijkt me een geldige reden. Ik hoopte dat tien vrienden een presentexemplaar zouden willen aannemen, dat twintig mensen uit medelijden en tien per vergissing het boek zouden kopen. Dat er zoveel lawaai van is gekomen, is niet mijn schuld. Ik heb voor het boek geen reclame gemaakt. Als men het lezen wil leze men het en anders late men het, dat laatste is wel het verstandigste, want het is maar een boek."

Dick Slootweg & Paul Witteman, Hoeiboei, Herinneringen aan De Avonden van Gerard Veve. De kleine reünie van Jaap, Joop & Victor, uitgegeven door Erven Thomas Rap Baarn 1980 p. 37,38

Oorspronkelijk G.K.van het Reve in Literair Maandblad van de boekhandel, februari 1948


By on 10:41
Memorare

Memorare

Gedenk toch, o allergoedertierendste Moeder dat het van Eeuwigheid niet gehoord is dat iemand die tot U zijn toevlucht nam, Uw hulp inroep, Uw voorspraak verzocht, door U verlaten is geworden. Bemoedigd door dit vertrouwen snel ik tot U, Maagd der Maagden ; Moeder, tot U kom ik, voor U sta ik, zuchtend onder mijn zonden. Moeder van het Woord, verwerp niet mijn geringe woorden, maar hoor ze genadiglijk aan. Amen.

(ned. vertaling Gerard Reve)

tekst op de achterflap van de Volkseditie : Gerard Reve leest de Avonden

23 December 2006
By on 12:35
geselecteerd als gefixeerd bericht

<center

Gerard Kornelis van het Reve: De Avonden

<img title="Deavonden2" alt="Deavonden2" src="http://www.ifrance.com/couvonges/Images/marie.JPG"

Memorare

"Gedenk toch, o allergoedertierendste Moeder dat het van Eeuwigheid niet gehoord is dat iemand die tot U zijn toevlucht nam, Uw hulp inroep, Uw voorspraak verzocht, door U verlaten is geworden.<br/>
Bemoedigd door dit vertrouwen snel ik tot U, Maagd der Maagden ; Moeder, tot U kom ik, voor U sta ik, zuchtend onder mijn zonden. Moeder van het Woord, verwerp niet mijn geringe woorden, maar hoor ze genadiglijk aan. Amen"
.
(ned. vertaling Gerard Reve)

tekst op de achterflap van de Volkseditie: <a

Gerard Reve leest de Avonden

14 November 2006
By on 22:06
Weblog De Avonden

Weblog De Avonden:

Voor de donkere dagen in december.

In de overige maanden is er

het Gerard Reve Weblog

13 August 2006
By on 15:52

Weblog is in bewerking; weer actief in december 2006

Gerard Kornelis van het Reve: De Avonden

Jaarlijks in de decembermaand wordt er in dit weblog aandacht besteed aan de Avonden

Deavonden2

Memorare

"Gedenk toch, o allergoedertierendste Moeder dat het van Eeuwigheid niet gehoord is dat iemand die tot U zijn toevlucht nam, Uw hulp inroep, Uw voorspraak verzocht, door U verlaten is geworden.<br/>
Bemoedigd door dit vertrouwen snel ik tot U, Maagd der Maagden ; Moeder, tot U kom ik, voor U sta ik, zuchtend onder mijn zonden. Moeder van het Woord, verwerp niet mijn geringe woorden, maar hoor ze genadiglijk aan. Amen"
.
(ned. vertaling Gerard Reve)

tekst op de achterflap van de Volkseditie: Gerard Reve leest De Avonden:

9 August 2006
By on 18:14
Lezen in ‘De Avonden’ 2004

"Op Dag 1 in hoofdstuk 1 horen we de held van deze geschiedenis Frits van Egters zeggen:

"Op weg naar de huiskamer bleef hij voor de grote spiegel in de gang staan, vertrok de mond naar links en daarna naar rechts; vervolgens de bovenlip opwaarts en de onderlip, binnenstebuiten geslagen, naar beneden. Hierna bekeek hij zijn gezicht van opzij, haalde een kleine, ronde scheerspiegel uit de keuken, hield deze naast zich en bekeek zo, met beide spiegels, zijn hoofd van boven, van achteren en volledig aan de zijkanten. Vervolgens deed hij het licht in de gang uit en opende de deur van de zijkamer. "Bij daglicht,", zei hij zacht. Toen hij opnieuw volledig zijn hoofd had bekeken, kamde hij zijn haar en stak het licht weer aan. "We moeten zien, hoe de uitwerking van daglicht met een gloeilamp samen is, " zei hij bij zichzelf. "Het heeft iets van een koolraap,"zei hij hardop, "maar er valt scherpzinnigheid aan te wijzen." Hij zuchtte, hing de scheerspiegel weer op aan de knop van het keukenraam en ging de huiskamer binnen. "We zijn over de helft", dacht hij, "de middag is al een uur geleden begonnen. Kostbare tijd, die niet meer te achterhalen is, heb ik vermorst."

Gerard Kornelis van het Reve in De Avonden, een Winterverhaal Amsterdam 1971 eenentwintigste druk p.10

22 December 2004
By on 13:25
Simon Vestdijk over De Avonden

Simon Vestdijk schreef in 1949 over De Avonden:

"Sobere stijl, zin voor détaillerende karakteristiek, reële en welverzorgde dialoog (hier en daar, b.v. op pag. 190, door de hoofdpersoon wat erg in Van Schendel-toon gevoerd, al kan dit opzet zijn geweest), zouden niet voldoende zijn deze roman de renommée te verschaffen, die hij reeds in kleine kring verwierf. Twee elementen zijn het, die Van het Reve glansrijk hebben behoed voor een afglijden in grauwe alledaagsheid: zijn bevrijdende humor, die, van een zeer persoonlijk cachet, vooral op de lange baan werkzaam is (de eindeloos herhaalde gesprekken over kaalhoofdigheid b.v., maar er zouden fijnere voorbeelden te geven zijn), en de religieuze apotheose aan het slot, waar Frits van Egters, als niets dan meer helpen wil, God uitnodigt om met een zeker zakelijk en ironisch doorlicht erbarmen op zijn ouders neer te zien. Van dit zeldzaam navrante slot, dat de hele roman draagt, is geen denkbeeld te geven, men moet het gelezen hebben. Mét het slot van La Nausée van Jean-Paul Sartre en dat van A Glastonbury Romance van John Cowper Powys behoort het tot het aangrijpendste wat mij in de letteren ooit onder de ogen kwam."

Uit Verloochende Liefde – pag. 145 in Zuiverende Kroniek. Meulenhoff, tweede druk 1976.

19 November 2004
By on 18:42