Gerard Reve over De Avonden
Onredelijke overschatting
"Er is over ‘De Avonden’ al heel wat onzin de wereld ingestuurd. Een menigte beslist overschattende critieken zijn verschenen en hoe gunstig dit voor een debuterend jong schrijver ook mag lijken, het heeft een vervelend effekt: de onredelijke overschatting lokt een reactie uit, die in haar krampachtigheid eveneens de redelijkheid verlaat….."
Een paar gedachten die representatief zijn voor de stemmning der tegenstanders
"Merk-jullie-wel -oeveel-ik-durf-stemming."
"De eerste zeer gangbare opvatting is, dat het boek in een ‘merk-jullie-wel-hoeveel-ik-durf’ stemming zou zijn geschreven. Dat is niet het geval. Er staat, dat verklaar ik met nadruk, nog niets in en er is ontzaglijk veel in verzwegen. Een dergelijke concessie vind ik smadelijk en lafhartig, maar ik achtte haar noodzakelijk om uitgave mogelijk te maken. Zulk een concessie ben ik niet van plan in de toekomst weer te doen."
Onvolledigheid bij de behandeling van de sexualiteit
"Ten tweede merkwaardig genoeg verwijt mij men anderzijds onvolledigheid bij de behandeling van sexualiteit. Welnu: zo het verhaal nu drukkend en giftig lijkt, het zou dan, bij volledigheid, voor de nu al ‘slapeloze’ lezer een obsessie worden, hij zou tegen de muur klimmen van ellende. Dta men iets in het boek mist, komt niet omdat ik met de lezer medelijden had, maar omdat ik zelf niet voldoende kracht en moed bezat de woorden neer te schrijven. ik hoop deze te verwerven."
Een schrijver moet uitzicht bieden
"De derde mening, meer een verwijt, luidt meestal: ‘Hij wijst geen uitzicht.’ het is nog altijd een wijd verbreide mening, dat een schrijver uitzicht moet bieden. ik zie dat niet in. Om uitkomst aan te wijzen, moet men allereerst uitkomst zien, maar bovendien, is dat speciaal mijn taak? Laat ze een spionnetje kopen, de zwetsers."
" ‘De Avonden’ schreef ik, omdat ik dacht en overtuigd was, dat ik het moest schrijven.."
"Wanneer ik hoor zeggen: ‘ik vind dat boek niet mooi en ik lees het niet graag’, eenvoudigweg, is mijn hart verheugd. Dat is meer een bescheiden pose. Kwaad kan ik me echter maken als men het voorstelt of ik de wereld een onmogelijke zienswijze opdring, met een nieuwe richting experimenteer of ‘alles af wil breken’. ‘De Avonden’ schreef ik, omdat ik dacht en overtuigd was, dat ik het moest schrijven; dat lijkt me een geldige reden. Ik hoopte dat tien vrienden een presentexemplaar zouden willen aannemen, dat twintig mensen uit medelijden en tien per vergissing het boek zouden kopen. Dat er zoveel lawaai van is gekomen, is niet mijn schuld. Ik heb voor het boek geen reclame gemaakt. Als men het lezen wil leze men het en anders late men het, dat laatste is wel het verstandigste, want het is maar een boek."
Dick Slootweg & Paul Witteman, Hoeiboei, Herinneringen aan De Avonden van Gerard Veve. De kleine reünie van Jaap, Joop & Victor, uitgegeven door Erven Thomas Rap Baarn 1980 p. 37,38
Oorspronkelijk G.K.van het Reve in Literair Maandblad van de boekhandel, februari 1948
